zaterdag 17 juni 2017

Rondje Frankrijk 2017 - chronologisch deel 5: Bourgogne

Met een flinke achterstand gaat het reisverhaal verder. Ondertussen is de eerste werkweek al achter de rug...

Dag 5 - Arc-et-Senans, omgeving Besançon

Het idee was de dagen voordien al gerijpt. De plannen waren een beetje te ambitieus, vooral gezien de hitte. Vanaf hier zou het dus westwaarts gaan: naar Auxerre. Daar kan ik aanpikken op 'Langs Oude Wegen'. Tussen Besançon en Auxerre ligt Bourgogne (Bourgondië): zowat de bekendste wijnstreek in Frankrijk. Welvarend gebied dus en het is eraan te zien.

Een eerste uitdaging is dat ik een elementair onderdeel thuis had laten liggen: om routes over te zetten op de Garmin Oregon heb je een kabel met mini-usb stekker nodig. Gelukkig kwam Johan aangefietst op de camping. Hij gebruikt ook een Garmin voor navigatie en die wordt gevoed via de naafdynamo. Hij beschikt dus over de juiste kabel. De nieuwe route wordt uitgestippeld met openrouteservice.org (selectie 'racefiets) en via Basecamp getransfereerd naar de Oregon. Job done, kabel terug.

De hele streek is duidelijk rijker, dichter bevolkt (het blijft ruraal gebied) en het is er makkelijker om te fietsen. De temperatuur is ondertussen ook draaglijker geworden. Alle omstandigheden maken het fietsen dus aangenamer.

Op een gegeven moment zie ik een Compostelaroute voor wandelaars aangeduid staan.



Die gaat over een - natuurlijk onverhard - bospad.


Voor de voetgangers naar Santiago. Gelukkig niet voor mij.
Een eind verder staat een imposante abdij. Het zal wel geen toeval zijn dat de route hierlangs loopt.



En dan kom ik op de Eurovelo 6 route, die ik een eind volg.



De Eurovelo-routes zijn aangelegd met Europees geld. Het asfalt is vers en effen, het pad behoorlijk breed en de aanduidingen duidelijk.

De route leidt me naar het Canal de Bourgogne. Ook dat had ik niet verwacht. Dit is een oude, smalle vaarweg, met een eindeloos aantal sluizen.



Mooi, rustig, ongebruikt, maar helaas met matige gravelpaden. Ook hier is het duidelijk: in Frankrijk is fietsen een recreatieve activiteit.
Het Canal de Bourgogne is wel heel erg schilderachtig. De vele sluizen, met telkens een sluiswachtershuisje, volgen elkaar in snel tempo op. Dit lijkt me een waterweg voor een rustige, contemplatieve vaarvakantie. Behalve natuurlijk dit stuk met de vele sluizen, die het vaarritme flink in de war zullen brengen.



De tocht tot de omgeving van Auxerre neemt twee dagen in beslag. Dag 1 eindigt met een flinke uitdaging: aan Neufchâteau (er zijn veel dorpen in Frankrijk met die naam) zie ik een schitterende Bourgondische burcht opdoemen.



Dan blijkt dat ik daar moet langs rijden op weg naar de camping 'Lac de Panthier'. Hellingsgraad: 12%. Dat kan tellen voor het einde van een dagtrip! Zo wordt het toch erg warm. De klep gaat weer open. Ik vraag me af wat anderen daarvan maken, want het moet toch een bizar zicht zijn. Een velomobiel is hier voor velen al een onbekend iets en als die dan komt aangereden met de kap open, is de vorm wellicht helemaal onherkenbaar.


Een 'lavoir' of wasplaats, zoals je ze in zowat elk dorp in Frankrijk vindt. Dit is wel een erg fraai exemplaar
De camping is trouwens het aanbevelen waard. Aan de rand van een stuwmeer, groot, maar tegelijk ook rustig en - voor sommigen van belang - de uitbaatster is Nederlands. Het ligt ook aan het feit dat dit buiten het zomerseizoen is, maar ook hier betaalde ik voor een plekje ongeveer 10 euro.


De afdaling naar het Lac de Panthier
Omdat het buiten het seizoen is, mag ik zelfs gratis gebruik maken van een kajak of kano. Het is echter al wat later en er hangt onweer in de lucht. Een andere lichamelijke inspanning is niet echt wat ik zoek.
De tent wordt dus opgezet; de tarp komt er weer voor. Ik assembleer de Helinox-kopie en als alles klaar ligt, is het tijd om wat rustig te zitten, de kaart te bekijken, het eten te bereiden...
Later op de avond wordt het snel grijzer en donkerder. Gerommel in de verte kondigt het naderende onweer aan.



Het is toch tijd om te gaan slapen, dus worden de Orca en Cyclone onder de tarp gezet. Dikke druppels roffelen op het tentdoek. Ik kruip lekker in mijn slaapzak. Alweer een fietsdag voorbij.

Dag 6 - Lac de Panthier naar Chablis

Hier komen we echt in de Bourgognestreek terecht. Wijngaarden overal waar je kijkt. Negatief: monocultuur ten top omwille van de centen.

Dan kom ik in wijngebied. Hele valleien zijn opgeofferd aan de druiventeelt. Er wordt gesproeid. Dat beneemt je - letterlijk - de adem. Er wordt veel zwavel gebruikt. Fietsen en druiventeelt zijn niet compatibel.
Rond de middag kom ik aan in het befaamde wijndorp Nuits-Saint-Georges. Het ligt in een diepe vallei. Dat betekent dat er eerst een eindeloos lijkende klim is, slingerend door een glooiend landschap. Daarna volgt een sportieve, spectaculaire afdaling, waarbij de aandacht niet mag verslappen. Ik moet er altijd aan denken dat de twee trommelremmen heel wat massa moeten controleren.


Vaak gedaan: de klep open om de warmte weg te laten
Helemaal beneden ligt het stadje, met ernaast een 'route nationale'. Het geheel wordt omgeven door die eindeloze wijngaarden. De combinatie van een eindeloze stoet uitlaatgassen uitwalmende voertuigen met intensieve druiventeelt heb ik altijd al bizar gevonden.
Een keer ik Nuits-Saint-Georges uit ben, is het alweer klimmen. Vandaag blijft het rijden tussen de druivenranken.



Archies wordt weer opgeroepen. De camping die het dichtst bij de route aanleunt, ligt een eind verder, in een andere bekende naam in de wijn: Chablis. De camping municipal is voor minder dan de helft bezet en, zoals alle anderen, heel erg rustig. Ik ben de enige met een tent. Op een enkele, verdwaalde caravan na, reizen alle anderen met een mobilhome.



Ook hier dreigt weer onweer. Ik trek het stadje in om een hap te gaan eten, maar veiligheidshalve gaat een regenjas mee. De maatregel werkt: het onweer trekt voorbij zonder dat er een spat valt.

Morgen pik ik aan op 'langs Oude Wegen'. Dan gaat het weer noordwaarts: via Troyes naar Reims. Van daar leidt de route me naar Châlons-en-Champagne en dan rij ik terug naar waar de auto staat te wachten.

vrijdag 16 juni 2017

Even tussendoor: CV

Een droge ambtelijke mededeling: vandaag schreef ik me in voor CycleVision. Niet om mee te racen, maar gewoon om erbij te zijn. Zaterdag en zondag ben ik er.
Omdat het weekend kort is en Amsterdam niet naast de deur, kom ik met het busje.


De Seiran gaat achterop en dan zien we ter plaatse wel wat ik ermee doe.

zondag 11 juni 2017

Rondje Frankrijk 2017 - chronologisch deel 4: de 'Groene weg'

Zaterdag 27 mei: weg uit Lunéville

Laat ik het maar meteen duidelijk stellen: het afscheid valt me zwaar. Na de hartelijkheid op de Vélorizon wordt ik door de eenzaamheid overvallen. Het is niet slechts het op mezelf terugvallen, maar ook het desolate van de route.
Goed: ik had er ook voor kunnen kiezen om langer in Lunéville te blijven, maar de weg lonkte. Bij het afscheid noemden sommigen me een 'guerrier de route' (road warrior). Mijn idee was eerder: 'ik wil dit doen'.
 
Anderen mogen die 'Groene Weg' schitterend vinden; voor mij is het een route door een door God vergeten deel van Frankrijk.

Dit is zowat het perspectief gedurende de hele route. Soms weiden, soms bossen.
Eindeloze hellingen, desolate bossen en doodse dorpen. Geen bakker, geen terrasje, niets. Enkel een kerkje en wat vervallen boerderijen. Het heeft iets van een apocalyptisch decor, iets voor een 'na de kernramp'-film.


Je moet ruim op tijd uitkijken voor een camping. Wil je wild kamperen, dan moet je er tijdig aan denken om je aankopen te doen. Maar ik moet eerlijk blijven: ook in andere delen van Frankrijk blijkt dit een normale zaak. Landelijke dorpen met pakweg 60 inwoners zijn schering en inslag. Dat vraagt even een mentale omschakeling voor wie vanuit het overbevolkte en dichtbebouwde Vlaanderen komt.

Daarenboven wordt het snikheet: tot 33° C. In juli is dat min of meer normaal, maar voor mei is het uitzonderlijk.

Ook de koeien vinden het veel te warm
Omdat ik de route zuidwaarts rij, heb ik ook de zon vol in het gelaat. Zonnecreme helpt tegen zonnebrand, maar de gps is amper leesbaar (die zit in de velomobiel, remember) en bij het klimmen wordt het loodzwaar. Er is dan geen verkoelende luchtstroom omdat het zo traag gaat. Gelukkig kan bij een Orca de klep open en dat scheelt (maar of het gezond is voor de scharnieren?).
Vaak rij ik op die manier de hellingen op: de snelheid minder dan 10 km/u en de klep open.

Dit is niet tijdens het klimmen, maar zo reed ik geregeld een helling op
Omdat ik pas rond 11u30 aan de 'echte' tocht begin, beslis ik de afstand voor vandaag tot ongeveer 60 km te beperken.Voordien was het de fietsoptocht in Lunéville, waaraan we met de Franse ligfietsers deelnamen.

Mijn lichaam herinnerde me er de eerste dag al aan dat ik voldoende moet drinken. Als je in de loop van de namiddag hoofdpijn krijgt, is dat een duidelijk signaal. Het zal me niet meer overkomen: een Camelbak van 1,5l water, enkele halveliterflessen met water en een bidon met sportdrank om het vochtgehalte op peil te houden. Daarmee moet het wel lukken.

Het is niet allemaal kommer en kwel, hoor. Na elke klim volgt een afdaling. Sommige met een matig hellingspercentage, waarbij je de fiets gewoon laat bollen, kilometers lang; andere zijn veel steiler en dan moet je de trommelremmen in het oog houden. Je wil het niet meemaken dat in zo'n afdaling een remkabel breekt of op een andere manier een rem dienst weigert. Dan valt er niets meer te doen, vermoed ik. De andere rem is binnen de kortste keren oververhit en doet niets meer.
Vertrouwen moet je hebben, vertrouwen in je materiaal en in een degelijke voorbereiding. Maar alles gaat goed. De pechdag is achter de rug.

Als je rondkijkt, kun je ook waardering opbrengen voor de natuur. Mooie vergezichten, talloze buizerds op zoek naar prooi, allerlei bloeiende bloemen en planten. Wat ook opvalt, is dat er toch behoorlijk wat aangereden dieren te vinden zijn. Ze verraden zich vaak door de geur, zeker als het om grotere dieren gaat, zoals een volwassen vos...
Het aantal buizerds valt ook op. Er is bijna geen moment dat ik er geen zie; in de lucht of ergens op de uitkijk.

Kijk, we komen in het departement van de Vogezen.
Rond 17u is het genoeg geweest. Ik roep Archies op en pik er een camping uit. De Oregon 450 kiest ervoor om moeilijk te doen: de 18 km volgens Archies worden er plots 27. Slaafs de gps volgen, is niet mijn ding, dus ik kies een andere weg. Enkele kilometers verder beslist diezelfde Oregon plots dat ik gelijk heb: de 27 km zijn er nu nog 15. Yes!

Het eindpunt blijkt een 'camping à la ferme' te zijn: 'Entre les Sources'. Ik betaal hier 10 euro voor een nacht en dat is zo ongeveer de gemiddelde prijs voor een standplaats, alles inbegrepen.
De eigenares is er niet: ze is naar Nederland voor één of ander feest. Maar dat is geen probleem: de enige andere gast - een Nederlandse motorrijder - legt me alles uit. Er is een douche, een toilet, een afwasplaats en voor de rest stilte, rust...


Het is weer zo'n typisch Frans plattelandsdorp: een kerk met wat boerderijen errond. Verder niets. Geen bar, geen bakker, niets... Ik kook dus mijn eigen potje en heb een erg rustige avond.
Wat hier opvalt, net zoals op veel campings, is de volstrekte rust. In Vlaanderen heeft men de term 'stiltegebieden' moeten uitvinden om de uitzonderlijke plekken aan te wijzen waar je geen geluidsverontreiniging hebt. Hier is dat normaal. 's Nachts hoor ik vogels, insecten en het ruisen van de bladeren. Verder niets. Geen continu geronk van verkeer, geen treinen, enkel de natuur.

Zondag 28 mei: camping gesloten

Na het opstaan blijkt dat ik een stomme beginnersfout gemaakt heb: de tent werd opgezet onder een berk. Dat betekent een plakboel. Berken zijn berucht voor al het ongedierte dat erin huist.

Na 'Entre les Sources' wordt het stilaan routine. Afwisselend weiden, graanakkers en bossen; bergop of bergaf, maar nooit vlak, en slingerend tussen de heuveltoppen door. Bergop zakt de snelheid tot minima rond 7 km/u; bergaf gaat het makkelijk naar 50. Soms eens 55, maar dan rem ik af. 150 kg aan massa stop je niet zomaar even met twee trommelremmen. De Cyclone, die goed gevuld is, laat zich dan ook voelen. Niet veel, maar het is toch anders dan met een onbeladen Orca. In principe zou ik de combinatie kunnen laten lopen en zien wat het wordt, maar je weet nooit wat er kan voorvallen.

Hier loopt de route anders. Een vrij lang stuk gaat door de Saônevallei en geregeld wordt de rivier gevolgd. Dan is er een 'piste cyclable' en is het helemaal autovrij. De keerzijde: functioneel fietsen is een begrip dat nog niet doorgedrongen is tot de Franse overheid. Gravel, twee sporen met gras ertussen, zijn schering en inslag op de 'pistes cyclables' en 'voies vertes'. Soms wordt het zelfs gereduceerd tot één smal paadje, maar dat maakte ik deze keer niet mee.

Fietsroute langs de Saône
Vaak wordt dit ruimschoots goed gemaakt door de vredige rivier naast de route. Geen gekanaliseerde waterwegen, maar bijna stilstaand water dat door de vlakte meandert. Op veel plaatsen zie je bloeiende waterplanten en sporadisch kom je een reisboot tegen.

De Saône
Ergens onderweg daagt het me: de Camelbak ligt nog op een tafel op de laatste camping. Tja, nu is het wel even te laat en te ver om rechtsomkeer te maken. Ik bekijk achteraf wel wat ik ermee doe (een mailtje na thuiskomst bevestigt dit: de Camelbak ligt daar. De uitbaatster is bereid die op te sturen).

Gewoontegetrouw wordt na 80 à 90 km door een leeg land Archies ingeschakeld. Even gewoontegetrouw kies ik een camping die min of meer langs de route ligt in de juiste richting. Maar als ik er aankom, blijkt die pas op 1 juni open te gaan. Met de E in E-Orca heb je dan een probleem, want je kunt de accu('s) niet laden. Geen andere campings in de buurt, maar gelukkig is er wel een terrasje waar ze me een chambre d'hôte - les Tilleuls - aanwijzen. Even de Saône volgen, een brug over en ik zou er zijn.
Dat 'even' blijkt een flink eind op de warmste dag van de maand... Het pad langs een kanaal parallel aan de rivier is onverhard... Maar tegelijk is het wel erg mooi en rustig.


Het dorp waar ik aankom, Ray-sur-Saône, wordt gedomineerd door een recent gerestaureerde burcht.

De prijs van een kamer is hoog in vergelijking met een gewone camping. Doe maar minstens x5. 
De zaak is bijna helemaal volzet. De enige resterende kamer is een familieruimte voor 4. Aangezien die vrij is en ik alleen ben, krijg ik een wel heel fikse korting: halve prijs. Hierdoor is de royale ruimte, met afzonderlijke badkamer en toilet, amper duurder dan een éénpersoonskamer.
Het comfort en het onthaal zijn in overeenstemming met de prijs. Het gezelschap daar is ook weer aangenaam: een Zwitsers koppel op doorreis met de auto, twee vrienden die een hele toer doen met de motor en Willem, een Nederlandse fietser op weg naar Barcelona. Met een bukfiets, stel je voor... Geen wonder dat hij eraan denkt om zijn rit enkele honderden kilometers in te korten, door de trein te nemen. Ook voor hem is het heet.

Maandag 29 mei: verandering van de plannen

De dag begint zoals de vorige: snikheet, fietsen onder een staalblauwe hemel met een brandende zon. Daar heb ik echt geen zin meer in. Dit is verondersteld vakantie te zijn. Genieten, weet je wel. Ik ben geen Flandrien, voor wie afzien het hoogste goed is.
Cultureel valt er onderweg niets te beleven; mensen ontmoet je niet en het landschap biedt weinig afwisseling. Jawel: soms gaat het langs een rivier, maar helaas zijn de Franse fietspaden op die plekken niet voorzien voor meersporige voertuigen. Asfalt met een grasstrook in het midden en her en der een flink gat in dat asfalt. Of geen asfalt, maar gravel. In Frankrijk wordt fietsen duidelijk nog gezien als een recreatieve bezigheid.

Wel zijn de rivieren vaak schitterend: traag stromend met flink wat bloeiende waterplanten en veel watervogels. Dat compenseert het harde werken en geconcentreerd sturen.

Na een terrasje, waar voor een keer wel volk zit, zie ik een 'camping municipal' aangeduid. Er is nog geen 100 km gefietst, maar het is genoeg geweest.
Arc-et-Senans heet het plekje. 26 plaatsen op de camping. 10 euro voor een staanplaats. Rust. De tent wordt met wat meer zorg opgezet, want het is voor een nacht extra. De tarp komt ervoor; de extra palen maken de zitruimte groter.

De 'comfortopstelling'
Geografisch sta ik hier op de grens van de departementen Doubs en Jura. Langs de camping loopt het riviertje de Loue. In de gemeente vind je ook de 'Salines Royales': een zoutwinningsbedrijf uit de 18de eeuw. Helaas heb ik niet de tijd (en de motivatie) om het te bezoeken.

Daarna volgt de kennismaking met een bejaard Fries koppel, Jan en Iris, op weg naar Toscane. We drinken samen een glas naast hun T4 California. Handig, met een koelkast in de camper!

Ik besluit van

dag 4 (dinsdag 30 mei)

een rustdag te maken. Even bekomen. Een lekkende binnenband herstellen, even wat aankopen doen en dolce far niente.

De uitbater stelt voor dat ik voor die aankopen naar Salins-les-Bains zou rijden. Fijn. Niet te ver en de Orca kan leeg. De spullen blijven lekker in de tent.

Verrassing: dat stadje is een kuuroord in de Jura, richting Zwitserland en zo ziet het er ook uit. Langs een adembenemende kloof (gorge in het Frans) raast de onbeladen Orca over onvervalste bergwegen. Pure pret: bochtjes pikken aan 60 en meer! De velomobiel voelde aan als een racefiets, na het slepen van de Cyclone, de tent, de tarp, de...

Dag 4 is ook de dag van een belangrijke beslissing: ik zal niet tot Lyon fietsen, maar van hieraf westwaarts rijden, naar Auxerre. Daar kan ik aanpikken op 'Langs Oude Wegen'. Gedaan met de dodelijk saaie route naar het zuiden. De omstandigheden zijn gewoonweg te zwaar. Ik heb de afstand toch onderschat, lijkt het. Als ik het bekijk, wordt de hele route afleggen spannend. Er is een deadline. Deadlines gaan niet samen met vakantie. Naast het dodelijk saaie van de route speelt ook die tijdsdruk een rol.

En dan komt een volgende aangename verrassing aangefietst: Johan, een mede-ligger uit Vlaanderen, komt de camping opgereden met een reisgezel. Samen rijden ze de Groene Weg in omgekeerde richting. Hij is niet met zijn WAW, maar met een heuse wereldfietsersfiets (IDWorks).
Ze vertellen dat de hellingen in het volgende deel veel steiler zijn. Ik voel me gesteund in mijn beslissing om de route in te korten.
Het wordt nog een gezellige avond; op het terrasje van de camping van een fris biertje genieten en nadien met ons drieën een hap gaan eten.
Met Openrouteservice wordt een nieuw traject - profiel: racefiets - opgemaakt en op de gps overgezet. Gelukkig heeft Johan ook een Garmin, met de juiste kabel, want die heb ik thuis laten liggen.

Nu de beslissing genomen is, valt de druk weg.

Morgen gaat het een andere richting uit.

dinsdag 6 juni 2017

Rondje Frankrijk 2017 - chronologisch deel 3: Vélorizon

Waaraan het ligt, weet ik niet, maar het kleine treffen maakte meteen een overweldigende indruk op me. 
Rond 13 u staan twee dames nadrukkelijk te wuiven van achter een poort: Francine en Françoise zijn twee van de drie organisatoren van deze 'Vélorizon'.
We zijn gelogeerd (kamperen) op het terrein van een tehuis voor mentaal gehandicapten.
10 liggers krijgen daar een plekje.
De infrastructuur is prima: er zijn douches, een ruime zaal voor als het slecht weer is, tafels en stoelen. Er wordt voor koffie gezorgd en als er iets nodig is, hoeven we het maar te vragen.



Het gezelschap is erg gemengd: van jonge adolescenten tot gepensioneerde ligfietsers. Jim, 67, was met zijn ICE Sprint in de auto helemaal van midden de UK afgekomen. Dat ik vanuit België naar daar kwam, werd ook erg geapprecieerd. Daar deed ik het niet voor, maar het doet toch goed dat te horen. En het is gemeend, dat is ook duidelijk.

Kort nadien komt Oryanne toe. Zij bouwde een ondertussen al befaamde bamboe ligfiets met voorwielaandrijving. De dag erop, tijdens een rit, demonstreert ze op een indrukwekkende manier de combinatie van stabiliteit en wendbaarheid van haar fiets. Met de handen los rijden is geen probleem; slalommen tussen andere ligfietsers door evenmin.


Oryanne met de bamboefiets (let op de wielen)
Het geetf meteen het 'ik wil er een' gevoel. Dit is een prototype, maar ze schikt ze op bestelling te maken.


Geen handen nodig!
Ook het voertuig van Francine, die samen met Françoise en Oryanne het treffen organiseerde, is imposant: een elektrisch ondersteunde trike met voor ruim 200 W zonnepanelen als dak. Dit is autonoom ondersteund rijden.



Waarom? Ze zal deze zomer samen met Thomas (handbiker, vroegere skikampioen, maar met verlamd onderlichaam na een ongeval) twee maanden door Marokko trekken. Hoedje af hiervoor! Thomas gebruikt een speciale fiets, waar een platform in gemaakt is, waar je met de rolstoel op rijdt.

Wat veel meer indruk maakte dan de fietsen, is de openheid, de kameraadschappelijkheid. Iemand met weinig centen? Daar wordt niet moeilijk over gedaan; indien nodig betaalt de groep voor die persoon. Jim, met slechte knieën, krijgt op de hellingen geregeld een zetje van de elektrisch ondersteunde fietsers. Bovenaan elke heuvel wordt gewacht tot de laatste erbij is. Geen gegrap (jawel, maar op een positieve manier), geen gemor, wel solidariteit en onderling begrip.


Jim heeft het gehaald, duidelijk tot zijn grote opluchting
Vrijdag rijden we een flink eind ten oosten van Lunéville: veel klimmen, snelle afdalingen, slingerende wegen, schitterende landschappen en een prachtig gezelschap. Wat wil je nog meer? Dat is 80 km genieten.
Wel is het alweer snikheet. Jim ziet ergens onderweg dat het 27° C is. In de schaduw...


Klaar voor het vertrek op vrijdag
Twee 'tricyclistes' bestormen een van de vele hellingen
De Orca voelt zich hier ook in zijn element: met de ondersteuning gaat het klimmen zeer makkelijk (meestal op de laagste stand, waarbij de motor 50 % vermogen toevoegt) en in onbeladen toestand kan ik in volle vaart de slingerende hellingen af denderen. Francine zei verschillende keren dat ze het gevoel had dat er een auto aan kwam, zo groot was het snelheidsverschil. Leve de aerodynamica! De Orca voelde, zonder bagage en zonder fietskar, als een pluimgewicht.

Het valt hier trouwens op dat er redelijk wat ondersteund gereden wordt, met de velomobiel, met trikes en ook met tweewielige ligfietsen.

Vrijdag komt, na de rit ook Jean L'Etrange aan. Hij bouwt carbon raceliggers. Zijn concept is wat Oryanne overgenomen heeft voor haar bamboefiets: voorwielaandrijving en grofweg hetzelfde idee als de oude Flevobike en Cruzbike. Ze bewezen alvast dat voorwielaandrijving geen belemmering vormt om heuvels te beklimmen.

Na de rit controleer ik de Conti TourRIDE die ik tot hier meegesleept had (weet je nog: de lekke achterband). Het blijkt dat de antileklaag hier en daar door het loopvlak schemert. De band is dus meer versleten dan ik eerst dacht. Hij is enkel nog goed voor het afval. Weer een kilo uitgespaard ;-)

Maar ik had gezegd dat ik slechts even langs zou komen: zaterdag zou ik de echte tocht aanvatten. 's Morgens wordt alles afgebroken en opgeborgen. De afspraak is dat ik het défilé nog mee zou rijden. 


Verzamelen voor de optocht: rolschaatsters, lig- en andere fietsers
Daarna gaat elk zijn eigen weg. Uiteindelijk wordt het 11u30 eer onze wegen scheiden.

Dat weegt door, hoor. Eerst een hartelijke kennismaking, dan meteen met een heerlijke groep mensen deelnemen aan activiteiten en daarna helemaal op jezelf terugvallen.

Het is een hele omschakeling en de omgeving hielp hier flink aan mee: binnen de kortste keren rij ik door een desolaat gebied, dat het onderwerp uitmaakt van de 'Groene weg naar de Middellandse Zee'.

Daarover meer in een volgend deel.

donderdag 1 juni 2017

Rondje Frankrijk 2017 - chronologisch deel 2: op weg naar de Vélorizon in Lunéville

(post helemaal herwerkt op 6 juni)

De trip omgekeerd

Onze zuiderburen leven in een heel groot land. Ook daar zijn ligfietsers. Niet veel, maar ze zijn er en ze beschikken over een levendig forum.
Daar vernam ik dat in de periode dat ik naar Frankrijk trok een treffen georganiseerd werd in Lunéville, bij Nancy. Dat was meteen een reden om de trip van richting te veranderen: Lunéville lag pal op de route, maar oorspronkelijk op de terugweg. Zo kon ik weer andere ligfietsers ontmoeten.

Eerste dagen: naar Lunéville

Dinsdag 23 mei

Het gaat altijd zo: je prikt een startuur, maar er komt nog wat tussen. Het huis moet nog wat opgeruimd worden, enkele zaken in de velomobiel en fietskar worden nog herschikt… 

Uiteindelijk bezorg ik rond 9u30 de sleutel aan de buurvrouw en begint de echte fietsvakantie. De track is ingeladen. Die vertelt me dat het tot Lunéville 300 km is. Vandaag wil ik er ongeveer 120 rijden, morgen dezelfde afstand en donderdagmorgen de laatste 60. Met twee volle accu’s mag 120 km geen probleem vormen.


E-Orca in reisconfiguratie

Alras blijkt dat mijn originele plannen niet stroken met de werkelijkheid. Ik vond de routes te braaf, maar was duidelijk uit het oog verloren dat de bepakking het heel wat lastiger maakt. De hellingen lijken dubbel zo zwaar. Het zal dus toch maar de uitgestippelde ‘brave’ route worden.
Sommige klimmen moeten in eerste versnelling genomen worden en de ondersteuning moet soms zelfs van de laagste naar de tweede stand (er zijn er vier) om boven te raken.

De lucht is stralend blauw en er waait een zwakke zuidwestelijke bries: het zal warm worden! De pet staat op het hoofd, de zonnebril op de neus en de zon pal voor me. Zo volg ik gedwee het paarse lijntje op de Oregon 450. De snelheid varieert tussen 9 km/u bij de steilste klimmen tot 60 km/u bij de afdalingen. Sneller zou ook kunnen, maar niet met de lading die ik mee heb. Meestal hou ik het op 50 tot 55, soms minder, afhankelijk van de staat van de weg en het overzicht. Een rekensommetje: 50 kg Orca, 6 kg Cyclone, 65 kg Jan en flink wat bagage. Ik reken hier grofweg 25 kg. Dat maakt alles samen ruw geschat 150 kg die vooruit moet komen met een vermogen van pakweg 300 watt. Het is duidelijk dat de snelheid lager zal liggen dan gewoonlijk.



De eerste verbinding gaat dus vanuit de Thiérache (een streek bekend omwille van de versterkte kerken) naar de omgeving van Nancy.
Waar onvoldoende reisvoorbereiding toe kan leiden: onderweg merk ik dat ik door de Argonne rij. Wie iets van (militaire) geschiedenis kent, weet dat ook in die streek duchtig slag geleverd werd in de Eerste Wereldoorlog.
Verdun ligt in die omgeving. Need I say more? Monumenten en soldatenkerkhoven in overvloed. Merkwaardig genoeg is '100 jaar oorlog' hier blijkbaar in alle stilte voorbijgegaan. Waar je aan de vroegere Frontlijn in West-Vlaanderen overal Britse oorlogstoeristen aantreft (ook hele busladingen middelbare scholieren), is er in de Argonne amper iets van te merken.

De Cycle Analyst zegt me dat het verbruik op 5,1 Wh/km ligt. Dat betekent dat ik geen 100 km zal halen met de Flevobike accu. Origineel levert die 500 Wh, maar na drie en een half jaar is het al wat minder: eerder 450 Wh. Dat is een behoorlijk succes: bij de meeste pedelecs heb je na die tijd al je tweede accu. De Crystalyte accu zou goed moeten zijn voor 400 Wh, dus pakweg 70 km extra. Het is een ruilexemplaar dat ik vorige week van Brecht (fietser.be) kreeg, omdat de mijne defect is. ‘helemaal geladen en amper gebruikt,’ zei hij. 

Net na de middag is de Flevobike accu leeg en wordt de tweede ingeschakeld. Niet goed: een volgeladen accu heeft een spanning van om en bij de 40V, maar het display (Cycle Analist) houdt het op 38V. Uit ervaring weet ik dat dit slecht nieuws is, want 38 V is zo goed als leeg…
In de namiddag stop ik aan een groezelige bar, waar de barmadam aan een luid spelende tv gekluisterd is. Ik mag de accu laden en drink iets terwijl ik in de wegenatlas probeer te vinden waar ik me nu bevind. Na amper een kwartier vraagt de dame me hoe lang dat ding nog aan moet liggen. Het is duidelijk: ze wil geen klanten (ik ben de enige), maar ze wil tv kijken. Rare dingen zoals elektrisch ondersteunde dingen lijken nieuwerwetse trends waar ze niets van snapt (vermoed ik). Ik pak het boeltje in en vertrek dan maar. Voor alles moet er een eerste keer zijn. 

Een km verder is de reserveaccu leeg en moet de andere weer ingeschakeld worden. Met een kwartier laden raak je niet ver, dus die 120 km zal helaas wat minder worden.

Op vlak terrein is niet-ondersteund rijden geen probleem, zelfs niet met een zwaarbeladen velomobiel. Maar hier is het niet vlak. Sommige hellingen zijn dat bijna, maar blijven eindeloos stijgen, terwijl andere korter en veel steiler zijn. Vaak komt na een bocht als toetje nog een steiler stuk. Ik kan met dus niet permitteren om een heel eind niet ondersteund te rijden.

Na 110 km en weer midden in een klim,is de energie op. Archies campings wordt opgeroepen op de Oregon en op anderhalve kilometer, in de richting waar ik heen moet, is er een camping.

Het is 23 mei, duidelijk buiten het seizoen: ik ben de enige gast op een ruime camping. Het zwembad is nog niet geopend, het restaurant heeft nog niets in huis en de bar is ook gesloten. De enige rustverstoorder is de campinguitbaatster die het gras afrijdt. Ze heeft zich er wel voor verontschuldigd, maar het werk moet gedaan worden.

De tent wordt opgezet, de accu aan de lader gehangen. Deze fietsdag zit erop.


Helemaal alleen op camping 'les Naiades'

Verschil met de vorige fietsvakantie: cafemadammen die acculaders niet vertrouwen zijn nieuw voor mij en lege campings, waar je dus geen gezelschap hebt, had ik in jaren niet. 

’s Avonds ga ik eten in een herberg in Appremont. Aan de wand hangen historische foto’s van stukgeschoten dorpen. Dit is de Argonne: alweer frontgebied van de Grote Oorlog. Nadien zit ik rustig bij de tent op de camping. Het enige geluid is vogelgezang, met daar tussendoor de (relatief) luidruchtige acculader. Die is al twee uren bezig om de ‘volle’ Crystalyte accu van energie te voorzien.

Morgen zal het beter gaan. Morgen doe ik iets meer kilometers, om de achterstand van vandaag in te halen, want donderdag is er een doel. Daarna wordt het anders. De rit kan altijd ingekort worden. Ben ik halfweg de vakantie niet voorbij Lyon, dan snij ik een stuk af.  

Woensdag 24 mei

Het plan was: opbreken en aanzetten tegen 9u. Eindigen zou ik doen op ongeveer 60 km van Lunéville. 

Helaas: op elke reis heb je minstens één pechdag en dit was er een, hopelijk de enige.

Het begint met een detail: de thermos vindt maar geen plaats. Dat kan eigenlijk niet, want hij zat tussen de bagage, maar het lukt maar niet. Vertraging dus. Puzzelen.

Rond 9u30 zou het dan toch lukken. De boel is uiteindelijk gepakt en de thermos heeft een plekje gekregen. Maar de fiets stuurt in slow motion: de neus komt achter op de stuurbewegingen. Dat fenomeen ken ik: lekke band en helaas nog de slechtst denkbare. Lekke achterband dus.

Eigenlijk is dat wel logisch: want die ene band moet veel meer gewicht dragen dan beide voorbanden samen en daar bovenop moet hij ook het vermogen van de aandrijving verwerken. De fiets moet leeg, want anders is die veel te zwaar. De pomp, herstelspullen en reserve binnen- en buitenband worden klaargelegd. De Orca gaat op zijn kant en de Conti TourRIDE wordt gewisseld voor de eerste reserve: een Schwalbe Tryker.
Daar ben ik niet zo happy mee: die Trykers zijn prima voorbanden, maar voor achteraan heb ik andere voorkeuren. Tja, pech.

De Conti TourRIDE die erop lag, gaat mee op de Cyclone voor controle nadien.


Orca op de operatietafel. Een stuk van de bagage en de slechte buitenband op de voorgrond

Uiteindelijk is het zowat 11 u als ik kan vertrekken.

Dan steekt een oud euvel de kop op: de ondersteuning vindt de nulstand niet. Dat wil zeggen dat de motor continu teveel vermogen geeft en als ik stop met trappen, blijft hij 50 W leveren. Niet leuk fietsen, niet goed en dodelijk voor de autonomie. Ook schakelen bergop gaat dan moeizaam. De standaardoplossing, die ik 20 km verder probeer, is de motor uitschakelen, enkele minuten wachten en dan weer aanzetten. Helaas: deze keer werkt het niet.
Dit is een pechdag, weet je nog?

Het normale reisverbruik van tussen 5 en 6 Wh per km loopt op naar 11 Wh. Vloekend ga ik verder.
De hellingen zijn ook al minder vriendelijk: 9 en zelfs 10 % zijn geen uitzondering. Met een totaal gewicht van om en bij 150 kg is dat stevig werken.

Door die ellende groeit de achterstand en zou ik nooit de geplande 120 km halen. Plan B wordt bovengehaald: ik kijk waar de grootste stad ligt die ik tegen het eind wil bereikt hebben en laat de Oregon een kortere, snellere route voorstellen.

Na de middagpauze, ergens aan een kapelletje onderweg, wordt de reserveaccu ingeschakeld. Mirakel (daarvoor dient dat kapelletje): de ondersteuning functioneert weer zoals het hoort!  Maar ondertussen is al veel energie verbruikt. Na 70 km is het al tijd voor de reserve. Veel te vroeg, maar het moet dan maar.
Ik beslis onderweg de route in te korten om de verloren tijd in te halen. Geen kleine weggetjes, maar ‘départementales’. Nog altijd rustig, maar minder dan de echt kleine wegen. Het voordeel: de verbindingen zijn rechter, de hellingen afgevlakt en de weg korter.

Het eerste doel is Commercy. Daar ga ik na hoe ver ik nog moet tot Lunéville en dat blijkt nog teveel te zijn om de hele afstand voor morgen te bewaren. Ik brei er dus nog 20 km aan en dan zal ik voor een camping kijken.

Terwijl ik van een frisse pint geniet, krijgt de Flevobike accu wat energie bij. Campings zijn niet dik gezaaid in deze regio. De dichtstbijzijnde in de juiste richting – oostelijk – ligt nog eens bijna 20 km verder.

De Crystalyte accu haalt het net niet. Gelukkig had de andere wat extra gekregen, want ik krijg het ook moeilijk.

Verrassing: de camping is goed gevuld. Bijna uitsluitend mobilhomes (campers) en ook bijna uitsluitend Nederlanders en Duitsers. De ligging is prima: op de oever van de Moezel. Ondanks het vele volk is het ook erg rustig.



’s Avonds neem ik eerst een fris biertje om te bekomen, want het was een erg warme dag, en dan volgt een Elzasser kaasschotel met verse groenten. Simpel, maar lekker. 

Praktisch: routeorganisatie

De route werd uitgestippeld met openrouteservice.org, met 'toerfietsen' als insteek. Wat dat inhoudt, werd snel duidelijk: landbouwwegen, kleine slingerpaadjes, maar wel allemaal verhard met asfalt.
De hellingen zijn vaak niet min; de uitzichten evenmin.

Hoe pak ik het in de praktijk aan? De route (track) staat op de gps. In dit geval is er een deadline: op 25 mei moet ik in Lunéville zijn.

Om een camping te zoeken, installeer ik de 'Archies Campings' database. Een keer ik op pakweg 20 km van de beoogde afstand kom, roep ik de database op en pik er een camping uit in min of meer de juiste (wind-)richting. Geen vaste bestemming dus, maar een die onderweg gekozen wordt

Donderdag 25 mei

Laatste stukje naar het treffen 

Op 25 mei pak ik alweer het boeltje in. Ik wist het al van toen ik er aankwam: dit zou starten met een héél flinke klim. Minstens 10% en dat over anderhalve kilometer. Daarna gaat het door de bossen tot kort voor Nancy. Prachtig slingerend en golvend, weinig verkeer en prima asfalt. Dat had ik op de Michelin wegenatlas al gezien: dit is een weg met een groen randje. Dat betekent 'uitzonderlijk mooi'.

Tussen Nancy en Lunéville is het niet boeiend. Dit is een aaneenschakeling van voorstedelijke handelszaken, grote fabrieken, grauwe huizen en druk verkeer.De aankomst en het treffen zijn voor het volgende deel...